Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Uit de onderrichtingen van de heilige priester Johannes Maria Vianney († 1859)

Een prachtige taak: bidden en beminnen

Kinderen, de schat van een christen ligt niet op aarde, maar in de hemel. Onze gedachten moeten dus daarheen uitgaan waar onze schat is.

Elke mens heeft een prachtige taak: hij mag bidden en beminnen. Bidden en beminnen, daarin ligt het geluk van de mens op aarde. Bidden is niets anders dan zich verenigen met God. Wanneer iemand zuiver van hart is en verbonden met God, wordt hij in zich een balsemgeur gewaar, een bedwelmende zoetheid, een verblindend licht. In die innige verbondenheid zijn God en de ziel als twee schijven was die, eenmaal samengesmolten, niet meer te scheiden zijn. Deze vereniging van God met zijn nietig schepsel is iets zeer moois, het is een onbegrijpelijk geluk. Wij verdienen niet dat wij mogen bidden, maar in zijn goedheid staat God ons toe met Hem te spreken. Ons gebed is als wierook die Hem aangenaam is.

Ons hart is klein, maar het gebed maakt het groot en stelt het in staat God te beminnen. Het gebed is een voorproef van de hemel, het is alsof iets uit het paradijs tot ons neerdaalt. Altijd heeft het een zoete nasmaak. Het is als honing die in de ziel vloeit en alles zoet maakt.

Zoals sneeuw smelt voor de zon, zo verdwijnt alle leed als men goed bidt. Het gebed doet de tijd snel en zo aangenaam voorbijgaan, dat men niet beseft dat het lang geduurd heeft. Een voorbeeld: toen ik destijds door het land van Bresse trok omdat die arme pastoors daar bijna allen ziek waren, bad ik gedurende heel mijn tocht tot Onze Lieve Heer – en geloof me – de tijd vloog voorbij.

Er zijn mensen die volledig in het gebed opgaan zoals een vis in het water, omdat zij zich helemaal aan Onze Lieve Heer overgeven.

In hun hart is geen verdeeldheid. Ik houd van zulke edelmoedige mensen. De heilige Franciscus van Assisi en de heilige Coleta zagen onze Heer en spraken met Hem zoals wij met elkaar spreken.

En wij? Hoe dikwijls komen wij naar de kerk zonder te weten wat we er komen doen of wat we er willen vragen? En toch, als we bij iemand op bezoek gaan, weten we heel goed waarom. Maar er zijn er die tegen Onze Lieve Heer schijnen te zeggen: ‘Ik kom even een paar woorden zeggen om me van U af te maken.’

Dikwijls denk ik hieraan: wanneer we onze Heer komen aanbidden, kunnen we alles verkrijgen, als we het Hem maar vragen met een levend geloof en een zuiver hart.