Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Uit de redevoeringen van de heilige Athanasius, bisschop van Alexandrië († 373), tegen de Arianen

Het kennen van de Vader geschiedt door de scheppende en mensgeworden Wijsheid

wijsheid in de schepping

De eniggeboren, eigen wijsheid van God is de Schepper en Maker van alles. ‘Want alles hebt Gij met wijsheid geschapen,’ zegt de psalmist, en: ‘Van uw rijkdom is de aarde vervuld’ (Ps. 104 (103), 24). Maar het geschapene moest er niet alleen zijn, het moest ook goed zijn. Daarom besloot God dat zijn eigen wijsheid tot de schepselen zou afdalen. En Hij plaatste een goed gelijkende afdruk van het beeld der wijsheid in alles gezamenlijk en in elk ding afzonderlijk, opdat het geschapene wijs zou zijn en dit werkstuk God waardig zou blijken te zijn.

Ons verstand immers is een beeld van het Woord, dat de Zoon van God is, en zo is ook de wijsheid die in ons is, op haar beurt een beeld van Hem die de wijsheid is. Want door haar bezitten wij ons vermogen tot kennis en inzicht en worden wij ontvankelijk voor de scheppende wijsheid; door haar zijn wij in staat de Vader te kennen. Immers, ‘wie de Zoon belijdt,’ zegt Hij, ‘heeft ook de Vader’ (1 Joh. 2, 23); en: ‘Wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft’ (Mt. 10, 40). Zo’n beeld van de wijsheid is dus in ons geschapen en bestaat in al haar werken. Met recht zegt daarom de waarachtige, scheppende wijsheid, terwijl zij op zichzelf betrekt wat van haar afdruk gezegd wordt: ‘De Heer schiep mij in zijn werken.’

Maar ‘in Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven, te redden door de dwaasheid van de verkondiging’ (1 Kor. 1, 21). Want niet meer, zoals in vroegere tijden, wilde God zich door een beeld en afschaduwing van de wijsheid in het geschapene laten kennen; maar Hij liet de waarachtige wijsheid zelf het vlees aannemen en mens worden en de dood op het kruis ondergaan, opdat door het geloof in Hem voortaan allen die geloven, konden worden gered.

Het gaat om dezelfde wijsheid van God. Eerst heeft zij zichzelf geopenbaard en in zichzelf heeft zij haar Vader geopenbaard door haar beeld in het geschapene. Daarom zegt men ook dat de wijsheid geschapen is. Later is zij als het Woord vlees geworden, zoals Johannes zegt (vgl. 1, 14). Na het vernietigen van de dood en na de redding van ons geslacht heeft het Woord zichzelf nog meer geopenbaard en door zichzelf de Vader: ‘Geef dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus’ (Joh. 17, 3).

Zo werd de hele aarde vervuld met de kennis van Hem. Want de kennis van de Vader door de Zoon en van de Zoon uit de Vader zijn één. En de Vader verheugt zich over Hem, en met dezelfde blijdschap verheugt zich de Zoon over de Vader: ‘Ik was het over wie Hij zich verheugde; en dag in dag uit verheugde Ik Mij voor zijn aangezicht’ (Spr. 8, 30).