Ter voorbereiding van de heilige Mis van donderdag 23-01-2020

Ter voorbereiding van de heilige Mis van donderdag 23-01-2020

Uit het commentaar van de heilige Beda de Eerbiedwaardige († 735) op het boek Genesis

Het offer van Melchisédek als voorafbeelding van het offer van de Heer

Salem is de stad die later door koning David Jeruzalem is genoemd. Het werd de hoofdstad van heel Judea, omdat David daar een plaats voor de tempel gekocht had. De bouw ervan zou hij echter aan zijn zoon Salomo overlaten. Melchisédek, de koning van Salem, heeft door de aard van het offer waarin hij Abram liet delen en waarbij hij hem zegende, verwezen naar het offer van het Nieuwe Verbond dat onze Heer eerst zelf heeft gebracht in het sacrament van zijn lichaam en bloed en dat Hij zijn kerk altijd weer tot vergeving van zonden laat voltrekken. Door ieders deelneming aan dit offer worden de kinderen van de belofte allen gezegend – zo heeft Hij ons geleerd – en zonder in dit leven te delen, kan niemand het eeuwig leven verkrijgen. ‘Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet,’ heeft Hij gezegd, ‘en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag’ (Joh. 6, 53-54).

Melchisedek (rechts) ontmoet Abraham (links)

Naar dit grote sacrament verwees Melchisédek, toen hij als priester Abram zegende en hem een deel van het offer aanreikte, dat hij de Heer in brood en wijn had gebracht. Zo heeft hij op beeldende wijze aangetoond dat niet alleen wij, die na het lijden van de Heer gekomen zijn, maar ook Abram zelf, die de beloften mocht ontvangen, en zijn gehele uitverkoren nageslacht moeten delen in de eeuwige zegen van dit lijden. Immers, deze Abram had van de Heer vernomen: ‘Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat gij een zegen zult zijn’ (Gen. 12, 2). En hij had ook vernomen: ‘Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde’ (Gen. 12, 3). Maar nog, vóór hem een zoon geboren werd om medeërfgenaam te zijn van die zegen, nog vóór hij God een offer gebracht had om voor de gave van die zegen dank te zeggen, kwam Melchisédek, de koning van Salem. Hij reikte hem brood en wijn aan die hij geofferd had aan God en zegende hem.