Ter voorbereiding van de heilige Mis op vrijdag 21-02-2020

Ter voorbereiding van de heilige Mis op vrijdag 21-02-2020

Uit een homilie toegeschreven aan Makarios de Egyptenaar († ca. 350)

Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van Christus zelf is

Als wij waardig zijn bevonden kinderen van God te worden en uit de heilige Geest van boven te worden geboren en Christus in ons te dragen, die ons verlicht en verkwikt, staan wij op allerlei verschillende wijzen onder leiding van de heilige Geest en ondergaan wij onzichtbaar in ons hart als een geestelijke verkwikking de werking van zijn genade.

Soms verkeren wij als het ware in tranen en geween, en biddend voor alle nakomelingen van Adam, geven wij ons over aan tranen van verdriet; zo zijn wij in geestelijke liefde voor de mensheid ontstoken.

Een andere keer worden wij door de Geest in zo’n jubel en liefde ontvlamd dat wij, als het mogelijk was, ieder mens – zonder onderscheid te maken tussen goeden en kwaden – in ons hart zouden willen insluiten.

Soms vernederen wij ons in geestelijke deemoed zozeer beneden iedere mens dat wij ons voor de allerlaatsten en geringsten houden.

Soms worden wij door de Geest met een onuitsprekelijke vreugde overstroomd.

Soms zijn wij als een machtig strijder die in een koninklijke wapenrusting tegen zijn vijanden ten strijde trekt en hen in een hevig gevecht overwint. Zo neemt ook een geestelijk mens de hemelse wapens van de Geest op om met de vijanden de strijd aan te binden en hen neer te leggen onder zijn voeten.

Soms herstelt de ziel zich in diepe stilte en kalmte, terwijl zij in een zuiver geestelijk genot vertoeft, in een onuitsprekelijke rust en voorspoed.

Dan weer brengt de genade haar tot een niet te verwoorden wijsheid en begrip en tot een inzicht in de Geest die niet te doorgronden is. Dit onder woorden brengen is niet mogelijk.

En dan weer vertoont de ziel zich gewoon als een mens.

Zo rijk geschakeerd is in ons de werking van de genade, dat zij de ziel langs velerlei wegen voert om haar verkwikking te schenken volgens de wil van God. Bovendien wordt de ziel op uiteenlopende wijze geoefend zodat zij zich volmaakt, onberispelijk en zuiver aan de hemelse Vader terugschenkt.

Laten ook wij nu God te hulp roepen en in grote liefde en met veel hoop erop vertrouwen dat Hij ons de hemelse genade schenkt, de gave van de Geest. Zo zal die Geest ook ons geheel naar de wil van God besturen en leiden en ons verkwikken met de verscheidenheid van zijn vrede. Mogen wij door zulk een leiding, door de werkzaamheid van de genade en dank zij onze geestelijke vooruitgang de volle omvang van de volheid van Christus bereiken, zoals de Apostel zegt: ‘Moogt gij de volheid bereiken die de volheid van Christus zelf is’ (Ef. 3, 19).