Ter voorbereiding van de heilige Mis op maandag 13-04-2020

Ter voorbereiding van de heilige Mis op maandag 13-04-2020

Uit de onderrichtingen van de heilige Cyrillus, bisschop van Jeruzalem († 346), voor de pasgedoopten

De doop, het teken van het lijden van Christus

Men heeft u begeleid naar het heilige bad van de doop, zoals Christus van het kruis naar het graf werd gedragen. Dan werd aan ieder van u gevraagd of hij geloofde in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest. En toen gij die verlossende belijdenis had uitgesproken, zijt gij driemaal in het water ondergedompeld en er weer uit opgestegen, Daardoor werd als in een beeld verwezen naar de drie dagen van Christus in het graf.

Want zoals onze Verlosser drie dagen en drie nachten in de schoot van de aarde heeft verbleven, zo hebt gij door uw eerste opstijgen uit het water de eerste dag van Christus in de aarde nagebeeld, en door uw onderdompeling de eerste nacht. Want zoals men ’s nachts niets kan zien, maar overdag in het licht rondwandelt, zo hebt gij bij uw onderdompeling als in de nacht niets gezien, maar bij uw opstijgen waart gij weer als in de dag. Op hetzelfde ogenblik zijt gij gestorven én geboren. Dit water van het heil was uw graf én uw moeder.

En wat Salomo ooit in een ander verband heeft gezegd, mag hier wel op u worden toegepast. ‘Er is,’ zo zei hij daar, “een tijd om te baren en een tijd om te sterven’ (Pred. 3, 2). Maar voor u geldt het omgekeerde: er is een tijd om te sterven en een tijd om geboren te worden. In één tijd komen hier twee levensmomenten tot stand: te samen met uw dood werd uw nieuwe geboorte werkelijkheid.

Vreemd en onbegrijpelijk klinkt dat alles! Wij zijn niet waarlijk gestorven, niet waarlijk begraven, niet waarlijk na een kruisdood opgestaan: in een beeld voltrekt zich die nabootsing, maar in werkelijkheid onze redding.

Christus is waarlijk gekruisigd, waarlijk begraven en waarlijk verrezen, en dat alles is ons genadig gegeven, opdat wij door nabootsing deelgenoten worden van zijn lijden en in werkelijkheid ons heil verwerven.

Welk een overmaat van liefde voor de mensen! Christus kreeg door zijn reine handen spijkers gedreven en heeft de pijn doorstaan, en mij valt zonder pijn en zonder lijden, alleen door deelname, de genade van de verlossing te beurt.

Laat daarom niemand denken dat deze doop slechts de genade van kwijtschelding der zonden en van kindschap Gods verzekert, zoals de doop, door Johannes toegediend, alleen kwijtschelding van zonden verschafte. Neen, wij weten met zekerheid dat deze doop ons niet alleen reinigt van de zonden en niet alleen de gave van de heilige Geest meedeelt, maar dat hij ook een nabeelding is van het lijden van Christus. Want daarom heeft Paulus luid geroepen: ‘Gij weet toch, dat de doop, waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus, ons heeft doen delen in zijn dood. Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven’ (Rom. 6, 3-4).