Ter voorbereiding op de heilige Mis van vrijdag 31-01-2020

Ter voorbereiding op de heilige Mis van vrijdag 31-01-2020

Uit de brieven van de heilige priester Johannes Bosco († 1888)

Met liefde heb ik mij altijd ingespannen

H. Don Bosco

Als wij willen dat men ons ziet als mensen die zich echt bekommeren om het welzijn van onze leerlingen, om hen zo des te gemakkelijker ertoe te brengen aan hun verplichtingen te voldoen, dan moogt gij op de eerste plaats nooit vergeten dat gij de ouders van uw geliefde kinderen vervangt. Voor de kinderen heb ik mij altijd ingespannen, heb ik geijverd en mijn priesterlijke taken vervuld, en niet alleen ik, maar heel de Salesiaanse gemeenschap.

Hoe vaak, mijn zonen, heb ik in mijn toch voorwaar niet korte priesterleven mijzelf van deze grote waarheid moeten overtuigen! Het is gemakkelijker boos te worden dan te verdragen, gemakkelijker een kind te dreigen dan het te overreden. Ik durf zelfs te zeggen dat het ons ongeduld en onze hoogmoed veel meer gelegen komt hardnekkige boosdoeners te straffen, dan hen te corrigeren door vastberaden en tegelijk liefdevol alles te verdragen.

Toch beveel ik u de liefde van Paulus aan, die hij betoonde tegenover de bekeerlingen. Die liefde bewoog hem altijd tot tranen en smeekbeden, wanneer hij zag dat de bekeerlingen weinig meegaand waren en zich tegen zijn liefde verzetten.

Hoedt u ervoor dat men u verdenkt van impulsief handelen. Bij het straffen is het moeilijk het noodzakelijke geestelijk evenwicht te bewaren, om niet de indruk te wekken dat wij handelen om ons gezag te laten gelden of om uiting te geven aan onze emoties.

Laten wij hen, tegenover wie wij ons gezag moeten laten gelden, als onze kinderen beschouwen. Laten wij ons dienstbaar tegenover hen opstellen, zoals Jezus die kwam om te gehoorzamen, niet om te bevelen (vgl. Mc. 10, 41-45). Laten wij ons ervoor schamen alleen al de schijn te wekken te willen heersen. En laat ons niet heersen over de kinderen, tenzij om hen beter te dienen.

Zo ging Jezus ook met de apostelen om. Hij duldde hen die onwetend en ruw, ja zelfs kleingelovig waren. Met de zondaars ging Hij zó welwillend, gewoon en vriendschappelijk om, dat sommigen zich erover verbaasden, anderen er echter aanstoot aan namen en in weer anderen de hoop gewekt werd, van God vergiffenis te kunnen verkrijgen. Daarom heeft Hij ons opgedragen ‘zachtmoedig en nederig van hart’ (Mt. 11, 29) te zijn.

Het zijn onze kinderen. Laten wij daarom, wanneer wij hun fouten trachten te beteugelen, iedere vorm van toorn afleggen of in elk geval zo matigen dat hij al bedwongen lijkt te zijn.
Laten wij ons niet opwinden, laat er in onze ogen geen minachting zijn, geen laatdunkende trek om onze mond, maar barmhartigheid voor het ogenblik en hoop op de toekomst, zoals het ware vaders betaamt die zich echt toeleggen op vermaning en verbetering van hun kinderen.

In bijzonder ernstige gevallen is het beter God nederig te bidden en te smeken, dan een stroom van woorden te uiten die de toehoorders in hun hart kwetst, maar de schuldigen geen enkel nut verschaft.