Ruimhartig geven voor de Kerk

Ruimhartig geven voor de Kerk

Nieuwsuur trok afgelopen weekend een beerput open: een Depressiegala dat vooral ten bate van z’n eigen management gehouden werd, onderzoekers die geen cent zagen van beloofd geld, betrokkenen die de zwarte piet doorspelen en de eigen handen wassen in onschuld…

Ja, dat is om depressief van te worden. Voor het eigenlijke, toch nobele doel van zo’n gala – bewustwording van geestelijke gezondheidsproblematieken – is dergelijke ophef natuurlijk funest.

En breder: dit voedt het wantrouwen jegens goede doelen, die toch al gemakkelijk het verwijt krijgen (al dan niet terecht) dat er te veel van het geschonken geld aan de strijkstok blijft hangen.

Hoe eerlijk is dit?

De reactie – al die zogenaamd goede doelen wantrouwen en de hand dan maar op de knip houden – is begrijpelijk. Maar hoe eerlijk is die?

Pas geven wanneer we zeker weten dat elke euro die wij geven goed besteed wordt: kan dat wel, mag dat wel? Hoe lang kunnen en willen wij de euro die wij geven achtervolgen, om maar zeker te weten dat de ontvanger die gebruikt op een manier die wij juist achten?

En dan nog, zijn we dan verzekerd van het resultaat waarop we hoopten? Het onderzoek waarvoor we gaven, kan vruchteloos blijken, de investering een fiasco, de donatie een druppel op de gloeiende plaat… Moet dat ons tegenhouden om te geven?

Lees verder op de website van het Katholiek Nieuwsblad