Preekje op 30-12-2020, de 6e dag van het kerstoctaaf

Preekje op 30-12-2020, de 6e dag van het kerstoctaaf

Openingswoord

Vandaag, lieve mensen, horen wij in het evangelie over een profetes, Hanna, die hoogbejaard is en na haar jeugd heeft zij zeven jaren met haar man geleefd. Nu is zij een weduwe van 84 jaar. Zij verblijft voortdurend in de tempel en dient God dag en nacht door vasten en gebed. Wat zal deze vrouw dicht bij God in de hemel zijn!

Het is duidelijk, dat wij niet allemaal zo kunnen leven, maar laten we het ons wel realiseren: hoe meer wij doen voor God en voor mensen, hoe meer wij nu al gezegend zullen worden en hoe groter later ons geluk in de hemel zal zijn.

Wat is het verschil tussen je hart te richten op de wereld en je hart richten op Jezus? Om een juist antwoord op deze vraag te kunnen geven, moeten wij eerst goed begrijpen wat Jezus bedoelt met ‘de wereld’.

Jezus doelt niet op de fysieke wereld, zeg maar de aarde. Ook wilde Hij niet zeggen, dat alles in de maatschappij hopeloos slecht is. Met ‘de wereld’ bedoelt Hij een manier van denken en leven, die enkel en alleen is gericht op het materiële, op rijkdom en macht, die God en de hemel buitensluiten. Het gaat om een manier van leven, die zichzelf op de eerste plaats stelt.

Leven in de wereld en voor de wereld, dus leven voor jezelf, kan een tijdje lang aantrekkelijk lijken, maar uiteindelijk houd je er alleen maar een onbevredigend en leeg gevoel aan over.

Dit in tegenstelling tot mensen als Hanna, die proberen om God en elkaar van harte lief te hebben. Hoe oud deze mensen op een gegeven moment ook zijn, van binnen blijven zij jong en krachtig. Zij hebben vergeving mogen ontvangen voor hun zonden en hun tekorten. Hun harten zijn op zulk een hoog niveau gekomen, dat zij hemelse werkelijkheden kunnen begrijpen en proeven.

Zij hebben een persoonlijke relatie met Jezus Christus gekregen. Zij zijn een soort profeten geworden aan wie het gegeven is om hun leven en de wereld om hen heen te zien vanuit een hemels perspectief. Met vreugde en doelbewust wijden zij heel hun leven aan de uitbreiding van het Koninkrijk van God op aarde, ook in het dagelijkse leven.

Let wel, het christendom wil geen dromers van ons maken, die vervuld zijn met een naïef idealisme. Het maakt ons juist tot realisten. Wij zien wel de duisternis van de wereld, maar wij zijn ook vervuld van vertrouwen in Jezus’ kracht om deze duisternis te overwinnen en om het Koninkrijk van God te vestigen. Zo is het leven voor iemand, die Jezus Christus wil volgen.

Klinkt het te mooi om waar te zijn? Lijkt het te zwaar? Vinden wij misschien van onszelf dat wij nog teveel gehecht zijn aan sommige dingen van deze wereld?

Wij kunnen echt de kracht en de vreugde van het christelijke leven leren kennen, omdat Jezus Christus in ons is. Het christelijke leven hangt niet zozeer af van onze persoonlijkheid, maar van de vernieuwende kracht van de heilige Geest van Jezus. Een echt christelijk leven is het resultaat van een levende vriendschap met Jezus. Vragen wij zulk een vriendschap voor onszelf en voor alle mensen in de wereld.