Preek op 27-09-2020, 26e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 27-09-2020, 26e zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, van harte welkom.

Wij kennen het allemaal: “Geen woorden, maar daden!” Uiteraard moeten wij dikwijls woorden gebruiken, maar soms zijn onze daden belangrijker dan onze woorden. Als iemand bepaalde problemen heeft, hoef je soms niet veel te zeggen, wel moet je tijd vrij maken om te helpen.

Wij zeggen ook wel: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. We wíllen wel het goede, maar wij blijken soms niet de kracht te hebben om het goede te doen. God weet echter, broeders en zusters, dat wij niet in één dag een supergelovige, een heilige, kunnen worden. Ons leven lang vergissen wij ons vaak, dat geeft niet, als wij er maar met God en met elkaar over praten en weer verdergaan.

“Geen woorden, maar daden” doet mij ook denken aan de coronamaatregelen: de meeste mensen weten wel, dat ze belangrijk zijn, maar als puntje bij paaltje komt … voor steeds meer mensen wordt het moeilijker om er zich aan te houden. Het duurt ook wel ontzettend lang.

Hier, in dit Huis van God kunnen wij door te luisteren naar Gods eigen woorden en door Jezus in de heilige Communie te ontmoeten sterk worden om na iedere vergissing weer op te staan en verder te gaan. Dan moeten wij wel goed meedoen. Goed luisteren. Goed meebidden. Niet even een uurtje uitzitten. Proberen wij met hart en ziel mee te vieren, alsof het onze laatste kans zou zijn om voor God en voor elkaar iets goeds te doen.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Heer, Gij spoort ons aan de wegen te betreden, die recht naar U toe leiden. Wij willen wel het goede, maar missen vaak de kracht om ons af te wenden van het kwaad. Breng ons tot inkeer; geef dat wij onszelf niet beter achten dan de anderen en tegenover iedereen rechtvaardig zijn. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.

Kinderwoorddienst

Preek

Wij horen vandaag de dag vaak spreken over het economische drama dat zich in Europa voltrekt. Velen zijn al hun baan kwijtgeraakt en als sommige mensen niet beter hun best gaan doen, komt er weer een nieuwe ‘lockdown’ met alle gevolgen van dien.

Ik denk, dat het nog veel belangrijker is, dat wij tegenover God én hier en daar tegenover elkaar een geestelijke schuld hebben, maar die schuld heeft misschien voor een deel een andere inhoud als wij vermoeden.

Onze ergste schuld is misschien niet dat wij af en toe kleine en grote blunders maken, dat vindt God niet zo vreemd, wij zijn nu eenmaal kleine en zwakke mensen. Onze grootste schuld is misschien dat wij de kans hebben ons leven te veranderen, en dat wij dat soms gewoon niet doen of te weinig! Als we gaan verhuizen of een nieuwe baan zoeken, pakken we zoiets systematisch aan. Maar hebben wij om betere mensen te worden ook een plan, een plan de campagne!?

Wij zullen ons allemaal wel herkennen in één van die twee zonen van het evangelie of in allebei. De eerste zoon zegt direct “ja”, heel gehoorzaam, maar uiteindelijk doet hij niets.

De tweede zoon stribbelt in het begin wel tegen, hij heeft er waarschijnlijk gewoon geen zin in. Maar later begrijpt hij, dat hij verkeerd is geweest. Zijn vader heeft toch ook veel voor hem gedaan, dus eigenlijk is het niet onredelijk, dat zijn vader hem vraagt in zijn wijngaard te gaan werken: Vooruit dan maar!

Jezus Christus beleeft niet veel plezier aan de ‘ja zeggers’, de schriftgeleerden en de Farizeeën, die van zichzelf dachten, dat zij een perfecte manier van leven hadden. Jezus zag dat Hij meer kans maakte bij ‘nee zeggers’, de tollenaars en andere zondaars, die inderdaad eerst “nee” zeggen, maar uiteindelijk spijt krijgen en het dan toch maar doen.

‘Ja zeggers’ en ‘nee zeggers’ komen natuurlijk ook in onze tijd voor. En wij zullen moeten zeggen, dat wij allemaal de ene keer iets van een ‘ja zegger’ hebben en de andere keer iets van een ‘nee zegger’.

Maar misschien mogen wij ook wel het volgende zeggen: hebben de volwassenen – over het algemeen – niet iets weg van ‘ja zeggers’ en hebben jongeren – over het algemeen – niet iets weg van ‘nee zeggers’?

Jongeren denken meestal wat radicaler dan de ouderen, zijn eerlijker in hun spreken. Als een vraag hun te zwaar lijkt, zeggen ze dat ronduit en doen het gewoon niet. Maar als zo’n ‘nee zegger’ gaat nadenken is er toch nog hoop, dat hij tot inkeer komt. Volwassen mensen zeggen echter vaak “ja” op de geboden van God. Maar als het dan zover is, komt er niet altijd ten volle wat van terecht. Sommige volwassen en ouderen hebben hun vurigheid een beetje verloren.

De Amerikaan C.S. Lewis heeft een boekje geschreven getiteld ‘Brieven uit de hel’. Hij verplaatst zich in de persoon van de duivel en probeert diens tactiek te begrijpen. En hij beschrijft hoe de duivel het niet fijn vindt als mensen jong komen te sterven, want jonge mensen hebben vuur in zich en dat vuur kan voor de goede weg gebruikt worden. Jezus zegt ook, dat Hij vuur op aarde is komen brengen en dat Hij er naar verlangt dat het oplaait. Nee, zegt de duivel, laat de mensen liever oud worden. Dan is er een kans dat ze wat afzakken, lauw worden, “ja” zeggen, maar nee doen of maar half werk leveren. Er is dan meer kans, dat het leven en ook het geloof een sleur wordt.

Jezus Christus wil ons zeggen: Zorg, dat je laatste woord “ja” is. Ook als je eerst “nee” hebt gezegd, bekeer je dan en doe het toch!

De betekenis van Jezus’ parabel is de volgende: God geeft mensen de tijd. Het is niet onoverkomelijk als je niet vanaf het allereerste moment zo vurig bent. Je mag de tijd nemen om te begrijpen wat er aan je gevraagd wordt. Maar als je dan eenmaal inziet, dat het goed is wat er aan je wordt gevraagd, doe het dan ook van harte! Beter eerst kritisch toekijken en dan uiteindelijk doen dan direct “ja” zeggen en het uiteindelijk niet of maar half doen.

Beste mensen, soms staan wij voor een groot werk waar wij echt de hulp van anderen bij nodig hebben. In ons eentje krijgen wij het bijvoorbeeld niet op tijd af! Wat zijn wij dan blij als andere mensen ons hun hulp beloven. Een paar dagen geleden hadden een aantal jonge en vooral sterke mannen mij beloofd gisterenmorgen te komen helpen om vanwege een noodzakelijke reparatie de honderden kilo’s zware fontein in de voortuin te demonteren. Ze zijn allemaal gekomen. Maar wat voelen wij ons bedroefd, radeloos, als mensen uiteindelijk gewoon niet komen opdagen, hun woord niet houden.

Zou God anders zijn als wij? Zou God niet bedroefd zijn als wij Hem laten zitten? Zou God niet hartstikke blij zijn als wij – na enige tijd nagedacht te hebben – Hem iets moois toezeggen en het ook werkelijk doen?

Sommige mensen denken, dat God hoog en droog in de hemel zit, dat Hij niet geraakt wordt door wat wij hier beneden doen. Maar wat dat betreft is God even menselijk als wij.

God zit niet hoog en droog in de hemel, nee, Hij leeft met ons mee. Alle grote en kleine dingen van elke dag maakt Hij met ons mee. Hij is toch ‘de Immanuël’, ‘de God-met-ons’?

Denken wij goed na over hoe belangrijk het is om voor God en de medemens iets goeds te doen, over wat wij binnen onze mogelijkheden kunnen doen en doen wij het dan ook. Dat ons laatste woord altijd “ja” moge zijn!

Afgelopen woensdag vierde de Kerk de heilige pater Pio, in 1968 gestorven. Hij deed wonderen aan de lopende band en veel van deze wonderen zijn door de moderne medische wetenschap onderzocht. Hij zag steeds engelen om zich heen. Hij zag ook altijd zijn eigen engelbewaarder. En als hij mensen de Communie gaf, zag hij een groot vuur in de mensen neerdalen. Zo heilig is de Communie.

Beste medegelovigen, als wij ons een beetje lauw voelen, bedenken wij dan dat wanneer wij te Communie gaan, wij het vuur van God in ons krijgen. Wie te Communie is gegaan kan maar het beste zijn ogen sluiten en dat vuur in zijn hart zien branden. En dan aan God vragen: God, maak mij één met het vuur van uw goddelijke liefde! Proberen wij dan ook voor God en voor mensen méér liefde te tonen. Zorgen wij, dat wij waardig te Communie gaan. Dat betekent sowieso zonder grote zonden, maar het betekent ook, dat wij iets met de heilige Communie moeten gaan doen: dat wij het vuur van Gods liefde moeten gaan laten schijnen in onze woorden en vooral in onze daden. Proberen wij te worden, te veranderen in wat wij ontvangen: een mens als Jezus Christus. Amen.