Preek op 02-12-2018, 1e zondag van de Advent, jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 02-12-2018, 1e zondag van de Advent, jaar C, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom op deze eerste zondag van de Advent. Wij gaan de eerste kaars op de Adventskrans aansteken …

De Advent is een tijd waarin God ons nog meer dan anders met grote stappen tegemoet komt om ons bij te staan. Hij doet dat door zijn Zoon te sturen.

Als Híj wat doet, mogen ook wíj ons van onze beste kant laten zien. De apostel Paulus zegt vandaag: “Moge de Heer u overvloedig doen toenemen in liefde voor elkaar en voor alle mensen. Hij sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt”.

De Advent is een tijd van meer inzet. Wij mogen enerzijds proberen om nog méér dan anders goede werken te doen – Advent is als het ware een tijd van aanbiedingen: twee halen, één betalen – en anderzijds is het goed om minder zonden te doen.

Hoe wordt strakjes de Kerst, voor jou en voor ons allen samen als Kerkfamilie? Wordt het een feest van innerlijke vrede? Of alleen maar een ‘vrolijk kerstfeest’ met lichtjes en eten en drinken en sfeervolle muziek en zang?

Als iedereen vandaag het besluit neemt om iets extra’s te doen en te laten, zitten wij niet op de verkeerde rijbaan, dan komen wij de Heer tegen als tegemoetkomend verkeer en kunnen wij zijn vrede ontvangen.

Ontsteken wij ook in ons hart een eerste kaars. Maken wij het voornemen om Jezus en Maria en Jozef tegemoet te gaan.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, Heer en Schepper, hemel en aarde hebt Gij gemaakt. De zon, de maan, de sterren: het is het werk van uw handen. Open onze ogen opdat wij overal uw hand herkennen; dat wij waakzaam blijven totdat uw Zoon wederkomt, Jezus Christus, Messias. Die met U leeft en heerst … Amen.

Kinderwoorddienst

Preek

Advent, een tijd van méér goede werken, en van mínder zonde.

Meer goede werken: wij kunnen zieke of eenzame of hulpbehoevende mensen bijstaan. Wij kunnen geven aan de voedselbank. Of ná de Mis achter in de kerk kaarsen en kerstkaarten kopen ten behoeve van het goede werk van de PCI.

Minder zonde doen. Het is belangrijk te weten wat zonde is, wat ze doet en wat ze niet doet.

Zonde heeft iets te maken met slecht gedrag, maar gaat vooral over relatie. God is onze Schepper, maar ook onze hemelse Vader. Hij heeft ons geschapen naar zijn beeld, zodat wij geschikt zijn om zijn eeuwige liefde te ontvangen. God denkt aan ieder van ons en verlangt ernaar ons zijn liefde te geven. Hij kijkt niet allereerst naar onze goede werken of zonden, maar naar onze relatie met Hem: Die daar, dat is mijn zoon, mijn dochter!

Wat is zonde? Zonde – ziekte – is niet, dat iemand hoest en proest, maar dat iemand een virus bij zich draagt. Zonde is God geen gelegenheid geven om Vader te zijn. Wij aanvaarden noch zijn liefde noch zijn leiding, en dat leidt uiteraard tot verkeerd gedrag, maar dat is slechts een symptoom van wat er op een dieper niveau aan de hand is: ons virus is, dat wij weigeren God als Vader te aanvaarden.

Verandert door deze weigering de liefde van de Vader voor ons? Nee, dat zegt ook zuster Maria Faustina van de Goddelijke Barmhartigheid: Gods liefde is onveranderlijk.

Verandert er dan niets? Jawel, wij scheiden ons van zijn liefde. Ooit zei een priester: “Zonde is je gezicht van God wegdraaien”.

Er bestaan gradaties tussen naar God kijken en je gezicht van Hem afwenden. De ernst van mijn zonde hangt af hoe bewust ik me afwend en hoe radicaal ik dat doe. Er zijn mensen, die een enkel gebod negeren en er zijn er, die meerdere geboden tegelijk overtreden.

De Catechismus van de Katholieke Kerk zegt: “De zonde keert zich tegen de liefde van God voor ons en wendt onze harten van Hem af”.

Maar de Catechismus leert niet, dat God zich dan tegen ons keert. In tegendeel, in het evangelie van Matteüs (18,12) zegt Jezus Christus, dat als een man honderd schapen heeft en één daarvan verdwaalt, dan zal hij de negenennegentig in de bergen alleen laten om op zoek te gaan naar het verdwaalde.

Hoe kunnen wij ons opnieuw door God laten vinden? Door ons hart te veranderen en door ons weer naar Hem om te draaien.

Herinneren wij ons het gebeuren bij de brandende braamstruik? Mozes vroeg God naar zijn Naam. God antwoordde: “Ik ben die is” (Ex. 3,14). Dat betekent, dat God er altijd al geweest is en altijd zal blijven bestaan, maar ook, dat zijn manier van zijn tegelijk zijn manier van doen is.

De apostel Johannes zegt ons “God is liefde” (1 Joh. 4,9). ‘Liefde’ is bij God een werkwoord. God is nooit alleen maar ‘zijnde’, Hij is ook altijd ‘doende’. Dat staat ook over Jezus Christus geschreven in de Handelingen van de Apostelen (10,38): “Hij ging weldoende rond en genas allen, die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem”. Liefde is wat God is en wat Hij doet. God is altijd bezig met van ons te houden.

Johannes van het Kruis zegt over het handelen van God het volgende: “De zon is vroeg uit de veren en schijnt op je huis, bereid om binnen te schijnen … áls je de gordijnen opendoet. Dus God, die nooit slaapt is als de zon en schijnt over de zielen”.

Is het niet zo, dat in feite de zon nooit ondergaat, maar dat het de aarde is, die zich wegdraait van de zon? De zon schijnt altijd, ongeacht wie er is om haar licht en warmte te ontvangen. Zo geeft ook God altijd licht en warmte aan iedereen, die dat wil ontvangen.

Veel mensen hebben dit niet zo geleerd. Zij menen, dat liefde met goed gedrag verdiend moet worden. Zij leren, dat ouders, leerkrachten, vrienden en zelfs onbekenden positief of negatief op ons reageren, afhankelijk van ons gedrag. En in de praktijk is dat vaak wel zo, maar het zou niet zo moeten zijn. In deze dagen houden zelfs Sint Nicolaas en Zwarte Piet ons in de gaten om te zien of we “braaf of stout” zijn. Wie braaf is krijgt lekkers en wie stout is de roe.

Maar, lieve medeparochianen, de mensen, die zo denken en doen – al dan niet liefhebben, afhankelijk van gedrag – en dan nog ook denken, dat God óók zo doet, die leven alsof wij God hebben geschapen naar ons beeld. Nee, God heeft ons geschapen, wij moeten op Hem lijken; God kan maar beter niet op ons lijken. Dan zouden wij er bekaaid vanaf komen.

Als wij in deze heilige Advent ons gedrag eens wat extra onder de loep nemen, en wij denken, dat wij zijn liefde niet waardig zijn … dan hebben we gelijk. Wij zijn maar kleine en zwakke mensen, geschapen uit stof en as. Wat doen wij om recht te hebben op Gods liefde!? Maar het goede nieuws is, dat wij Gods liefde niet waardig hoeven te zijn! Want wij zijn niet zomaar een schepsel, één van de velen, nee, wij zijn zijn kinderen. Wij hoeven Gods liefde niet te verdíénen, wij hébben ze al. Wat heeft een baby gedaan om de liefde van zijn ouders te verdienen? Maar vader en moeder hebben hun kindje onvoorwaardelijk lief.

Wij hebben wel een keuze: wij kunnen die liefde aannemen, wij kunnen haar weigeren. Zonde is het weigeren van Gods liefde.

De zon schijnt altijd, maar ik kan mijn gezicht wegdraaien. Ik kan de gordijnen dichthouden. Ik kan een parasol opzetten. Ik kan zelfs in een grot gaan zitten en me afvragen waar de zon is gebleven. Advent is: naar buiten gaan, de zon tegemoet, in het licht en de warmte van God gaan staan.

Lieve medeparochianen, laten wij in deze Advent ons naar God omdraaien door meer goede werken te doen en door onze zonden af te leggen. Dan voelen wij steeds meer Gods liefde en warmte. En dat is een mooi kerstgeschenk om aan anderen door te geven. Amen.