Pater Pio “Stuur me je engelbewaarder”: Getuigenis en Waarheid

Pater Pio “Stuur me je engelbewaarder”: Getuigenis en Waarheid

We weten nu heel zeker dat Pater Pio van Pietrelcina tijdens zijn aardse leven altijd in goed gezelschap was.

Uit zijn brieven wisten we al dat de Engelen in zijn ouderlijk huis in Pietrelcina en ook in de cellen van de verschillende kloosters waarin hij leefde, in en uit gingen. Ons weten beperkte zich echter tot het getuigenis dat hij zelf in de brieven aan zijn geestelijke leidsmannen gaf over de verschijning van Engelen of over de mystieke fenomenen die hij gekend had. Deze briefwisseling breekt echter af in het jaar 1924. Wat er na dit jaar in en rond hem gebeurde, konden we daarom niet weten. Enkele jaren hadden de uiterlijke gebeurtenissen de overhand op de innerlijke wereld van Pater Pio. De berichten en brieven, die tussen Rome en San Giovanni Rotondo heen en weer gingen, de openbare artikelen, de intriges en polemieken – landelijk of zelfs internationaal – hebben de blik en de opmerkzaamheid van de toeschouwer en zelfs van de oversten, afgeleid van de ziel van Pater Pio. Hij werd nu overwegend als de gestigmatiseerde Kapucijn beschouwd en ter discussie gesteld. Niet langer werd hij als een mysticus en priester gezien die de Heer geroepen had om een grootse zending te vervullen. Een zending die zich volledig in zijn innerlijk zou afspelen, namelijk om de Heer te helpen in de grote taak van de Verlossing van de mensheid. De rijkdom en de veelzijdigheid van zijn innerlijk leven zijn niet zozeer beïnvloed door de gebeurtenissen die hem omgaven, maar we konden daarover niets meer te weten komen omdat de deur tot zijn hart van buitenaf dichtgeslagen was. Om eerlijk te zijn wisten ook daaraan voorafgaand maar heel weinig mensen iets af van de innerlijke leefwereld van Pater Pio. Voor veruit de meeste mensen bestond ‘het geheim van de heiligheid’ van Pater Pio in de stigmata en in de buitengewone dingen die men over hem vertelde.

Naar waarheid kunnen wij, na zijn brieven, zijn werk en de gebeurtenissen te hebben bestudeerd en met elkaar te hebben vergeleken, tot de conclusie komen, dat de stigmata en de buitengewone gebeurtenissen niet het wezen van zijn heiligheid uitmaken.

Toch hebben ook wij ons door de uiterlijke gebeurtenissen laten verblinden toen wij het verdere verloop van de geschiedenis van zijn ziel niet meer rechtstreeks konden volgen. Deze bevredigen echter slechts onze nieuwsgierigheid, maar leiden onze aandacht af van zijn mystieke voortgang en voegden niets aan zijn innerlijk leven toe.

Het lijkt erop dat de Engelen deze weg van Pater Pio ook gevolgd zijn. Officieel eindigt hun geschiedenis namelijk in het jaar 1924. Het is alsof ook zij de overste van deze kloosterbroeder moesten gehoorzamen, de broeder die zij beschermden, troostten en die zij hielpen op zijn innerlijke weg, in zijn lijden en in zijn strijden tegen de demonen. Ja, juist ook in de strijd tegen de demonen, want waar de ene groep is, daar is ook de andere groep. Maar ook de demonen schenen na 1924 hun strijd tegen de Kapucijn opgegeven te hebben. Deze indruk bestond omdat de pen van Pater Pio tot zwijgen was gebracht. Anderen konden daarover niets weten want Engelen en demonen zijn lichaamloze wezens, die voor het menselijk oog doorgaans onzichtbaar blijven. Een kenner van heiligenlevens wist natuurlijk wel dat het leven van Pater Pio doorging zoals voorheen. Wij, die de meerderheid vormden van de vereerders van Pater Pio, konden echter niet weten, dat de Engelen altijd bij hem gebleven zijn en niet naar de hemel teruggekeerd waren alsof ze bij hun beschermeling geen werk meer hadden. Wij, voor wie het toch al moeilijk is überhaupt in Engelen te geloven, konden niet weten dat zijn leven doorging zoals daarvoor.

En nu vertelt pater Alessio die zijn medebroeder Pater Pio een aantal jaren liefdevol verzorgde – ons heel stil en bescheiden, bijna schuchter, zonder veel ophef dat de Engelen en Pater Pio ook in zijn latere jaren nog met elkaar omgingen en een soort `coöperatie voor goede doelen’ vormden, met als werkterrein heel de wereld. Pater Alessio vertelt op zo’n eenvoudige wijze, dat het niet eenvoudiger kan. Hij vertelt wat hij aan de zijde van zijn beroemde medebroeder gehoord, gezien en beleefd heeft. En hij vertelt ook op wat naïeve wijze over zichzelf zonder iets als wonder te betitelen of vanuit verwondering te spreken. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, zegt hij bijvoorbeeld dat hij door zijn Engel gewekt werd en dat Pater Pio hem bevestigde dat het zijn Engelbewaarder was geweest. Pater Alessio geeft dit op een heel nuchtere manier weer. Als een getuige van feiten en niets meer dan dat. Het geeft bijna de indruk alsof het geen geschreven woorden zijn, maar hij bij ons zit en vertelt. Juist daarom komt het niet bij ons op om wat hij ons vertelt in twijfel te trekken. Hij valt hierbij ook nimmer uit zijn rol en blijft altijd enigszins wat terzijde staan. Een stille getuige van wat er rond de man van God gebeurde. In de Bijbel kunnen we lezen hoe de dienaar van een profeet, die gedurende langere tijd zijn heer hoorde profeteren, aan het eind zelf dit ambt ontving en ook een profeet werd. Pater Alessio heeft echter nooit geleerd met de Engelen te spreken hoewel hij met een mens samenleefde die contact met de Engelen had. Toch ontdekte hij ook zijn eigen Engelbewaarder en leerde met hem samen te werken, zoals de andere geestelijke kinderen van Pater Pio deden.

Dat alles staat in dit boek en het staat de lezer vrij om over deze uitwisseling van gedachten, emoties en strategieën tussen mensen en Engelen, zijn eigen overwegingen te maken. Zoals gezegd nemen de Engelen ook in de brieven van Pater Pio een belangrijke plaats in. Hij vermeldt heel vaak zijn Engelbewaarder en ging heel vertrouwelijk met hem om, bijna ‘broederlijk’. Maar we weten dat de Engel een andere plaats in het geschapene inneemt. In de wijde wereld van Pater Pio wisselen de demonen de Engelen af Met alle middelen proberen de demonen voortdurend de vrome priester en Kapucijn van de weg af te brengen, die de Heer hem gewezen had. Wie deze brieven leest, betreedt een geheimvolle en verheven wereld. Als het hem lukt, met de daarin beschreven mystieke fenomenen vertrouwd te raken, zal hij samen met de telkens weer genoemde hoofdfiguren een persoonlijk avontuur beleven dat hem zal vormen. Pater Alessio mocht deze avonturen tweemaal beleven: bij het lezen van de brieven van Pater Pio én door met hem samen te leven. Op deze plaats moet een kanttekening gemaakt worden die de lezing van de brieven, de mededelingen over Pater Pio en ook dit boek van Pater Alessio vanzelf naar voren brengt, namelijk dat er tussen de brieven van Pater Pio en zijn leven geen kloof bestaat. Er is geen tegenspraak tussen wat hij geschreven heeft en wat degenen gezien en beleefd hebben die hem kenden. Een paar voorbeelden zullen dit verduidelijken.

Op 28 juli 1913 schrijft Pater Pio aan pater Benedetto dat hij hem zijn Engelbewaarder gestuurd heeft om hem te troosten. Pater Alessio en de andere medebroeders zeggen op hun beurt dat Pater Pio zijn Engelbewaarder op allerlei reizen stuurde. Pater Pio schrijft ook over de mishandelingen door de duivel. Pater Alessio vertelt dat Pater Pio hem vaak vroeg om zijn cel niet te verlaten omdat de duivel hem niet met rust liet (zie blz. 54). Zijn officiële biograaf pater Alessandro da Ripabottoni, schrijft dat toen het Pater Pio in de jaren twintig van de vorige eeuw verboden was om op brieven te reageren, zijn geestelijke dochters hem hadden gevraagd hoe zij met hem in contact konden blijven. Pater Pio’s woorden waren: ‘Stuur me je Engelbewaarder’ Pater Alessio geeft dit boek de titel ‘Stuur me je Engelbewaarder, waarin hij deze terugkerende aansporing van Pater Pio aan zijn geestelijke kinderen opneemt. Dat alles bewijst dat er in het leven van Pater Pio geen kloof is tussen de verschillende perioden van zijn bestaan. Niet tussen dat wat in en om hem heen gebeurde in Pietrelcina, in Foggia of in San Giovanni Rotondo en niet tussen dat wat hij zijn geestelijk leidsman schreef en dat wat zijn medebroeders konden zien, die overigens zijn brieven geheel niet kenden. Dit bewijst de oprechtheid, de eenheid en de echtheid van de mens Pater Pio. Het bewijst dat Pater Pio in zijn brieven de waarheid schrijft. Het bewijst dat zijn medebroeders wanneer zij van de gebeurtenissen vertellen, de waarheid zeggen. En dat tussen de brieven van Pater Pio en de berichten van de ooggetuigen volkomen overeenstemming heerst en ze zo over en weer hun waarachtigheid bekrachtigen. Terecht kan pater Alessio en met hem ook andere medebroeders, zeggen: Wat ik gezien heb vind ik terug in zijn brieven en wat ik in de brieven lees heb ik zelf aan zijn zijde beleefd.’

Dit boek is anders dan andere boeken. Het wil niet in strijdvragen terechtkomen en kent geen gewichtige uitspraken over Pater Pio zoals we gewend zijn van schrijvers die woorden als ‘wonder’, ‘stigmata’, ‘geuren, `de gekruisigde van Gargano’, `de monnik met de stigmata, ‘de heilige kloosterbroeder’ enz. gebruiken om het fenomeen Pater Pio als wonderdoener en middelpunt van buitengewone gebeurtenissen op de voorgrond te plaatsen. In plaats daarvan toont pater Alessio ons Pater Pio zoals hij in het leven van alledag was, de `medebroeder’ Pater Pio, wiens leven zich afspeelde tussen cel, koor, kerk, biechtstoel, altaar, gang en veranda, tussen de franciscaanse regel en de bezoeken van zijn geestelijke kinderen. Dit alles op eenvoudige wijze, in de alledaagsheid van het normale Kapucijnerleven en met de bijzondere gebeurtenissen die zijn uitzonderlijke situatie met zich meebracht. In deze alledaagse wereld brengt pater Alessio de Engelen binnen en in het bijzonder de Engelbewaarder, die niet als een vreemde gestalte wordt voorgesteld die van heel ver komt en als wezen van een andere wereld eerbied en respect vraagt, maar als een medebewoner van het klooster, een lid van de familie, die zich met gesprekken inlaat, raad geeft en tot gehoorzamen bereid is.

Het is waar dat Pater Pio’s innerlijk leven diep was en de mystieke fenomenen het zeer veelzijdig en afwisselend maakten. Zijn geestelijke opgang volgde buitengewone wegen en hij was zich dit zelf ook bewust. Hij kan voor de gewone mens niet als een voorbeeld ter navolging gelden, maar hij is een voorbeeld dat wij gewone mensen bij de alledaagse beoefening van ons katholiekzijn voor ogen kunnen en moeten houden. Dit boek maakt geen aanspraak op literaire of theologische volmaaktheid. Het is een verzameling van herinneringen aan Pater Pio en de Engelen. De stijl is eenvoudig en zonder opdringerig te zijn, met humor, zoals bij pater Alessio hoorde. Maar het zal dan tot een betere kennis over Pater Pio bijdragen als het de gelovigen in hun geloof zal sterken. En als het degenen die niet aan de geheimvolle wereld van de Engelen geloven of sceptisch zijn, ook maar een beetje aan het twijfelen brengt, dan zal dit boek het doel bereikt hebben waarvoor het geschreven werd. Als ons geloof zegt, dat Gods ingrijpen in de menselijke aangelegenheden mogelijk is – hoe kan het ook anders – dan moet men, wanneer zo’n ingreep plaatsvindt, deze ook aanvaarden. Natuurlijk na de noodzakelijke onderscheiding. Het thema `Engelen’ moet in dit verband gezien worden. Pater Pio – we zeggen het nog maar eens – heeft veel persoonlijke ervaringen met de Engelen gehad en hij was daaraan in enige mate gewend. Het wonderlijke is echter dat het hem lukt ook voor andere mensen de tegenwoordigheid van de Engelen als iets heel gewoons te laten lijken. Misschien is dit opnieuw een wonder van de man van God, wonderen die in het leven van alledag op de kloostervloer evenzeer gebeurden als op de geheimvolle wegen die hem met zijn geestelijke kinderen over de hele wereld verbonden. Men moet zoals gezegd voor ogen houden, dat Pater Pio ook droevige ervaringen had met boze engelen. De brieven aan zijn geestelijke leidsmannen leggen daarvan een duidelijk getuigenis af toch heeft hij die boze engelen steeds ver van zijn geestelijke kinderen gehouden. Was dit nu een liefdevolle keuze van de zijde van Pater Pio? Pater Pio was een werktuig in Gods handen, die hem een bijzondere zending had toevertrouwd. Daarom kunnen we aannemen dat de Heer toestond dat deze door hem uitgekozen mens door Engelen en duivels omgeven was. In zijn goedheid heeft Hij evenwel de aanvallen van de duivels tot Pater Pio beperkt, terwijl Hij het werken van de Engelen uitbreidde tot aan zijn geestelijke kinderen. De Heer wenst immers een wereld waarin de mensen vrij met de Engelen kunnen spelen, en dan alleen met de goede Engelen.

Angelo M. Mischitelli
Auteur van diverse boeken over Pater Pio

Het boek is tegen betaling van €9,75 verkrijgbaar bij het Katholiek Alpha Centrum Leiden, klik hier.