Overweging op 30-01-2026 in de tehuizen, vierde zondag door het jaar A, Jannie Ligthart
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering van de 4e zondag door het jaar.
De lezingen van dit weekend leren ons, hoe wij als christen kunnen en behoren te leven. Zelfs in het Oude Testament, ver vóór Jezus’ leven op aarde, spoorde de profeet Sefanja de mensen al aan de Heer te zoeken, en met Hem verbonden te blijven. Sefanja profeteerde toen al, dat God van ons verlangt, dat we ons brood moeten delen met de hongerigen, en dat we daklozen en armen waardig moeten behandelen. We moeten dienstbaar zijn en ons niet afkeren van onze medemensen.
In het Evangelie horen we de Bergrede waarin Jezus onder andere zegt: “Zalig de armen van geest, zalig de treurenden, zalig zij die verlangen naar gerechtigheid en vrede.”
Zijn die beproevingen, het verdrietig zijn, het arm zijn wel zo zalig, of bedoelt Jezus het anders. Zou het kunnen zijn, dat Jezus bedoelt, evenals Sefanja ons voorhoudt, dat als wij Jezus’ levenswijze volgen, als wij proberen ook liefdevol dienstbaar te zijn aan hen, die beproefd worden, als we niet wegkijken bij dit verdriet, we samen met Hem, er kunnen zijn voor onze medemens, er kunnen zijn voor elkaar, en met Hem ervoor zorgen dat iedereen tevreden en gelukkig kan zijn?
Omdat we nog vaak tekort schieten, in ons doen en laten, willen we dit belijden aan God en elkaar, om de Heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.
Overweging
Dierbare medegelovigen, lieve medemens, in het Evangelie hoorden we de bekende zaligsprekingen door de evangelist Matteüs. Ze vormen het begin van de Bergrede. Het is de toespraak, die Jezus aan het begin van zijn openbare leven houdt en waarin hij zijn programma van naastenliefde bekend maakt.
In de zaligsprekingen onderwees Jezus ons belangrijke geestelijke eigenschappen waar wij, ook naar moeten streven.
Op het eerst gehoor, klinken ze wat plechtstatig en afstandelijk. Toch is het dat niet. Deze rede gaat over iets, dat het belangrijkste is voor elke mens. Het gaat om menselijkheid, om echt mens zijn, om jezelf zijn. Zalige mensen zijn geen hoogverheven mensen, juist het tegendeel: het zijn mensen, die in hun eenvoud, nederig en waarachtig zijn.

De rede van Jezus klinkt wel vreemd in onze oren. Hij zegt: “zalig de armen van geest, zalig de treurenden”. Wat is er nu zalig aan verdriet, aan armoede? Kun je zalig verdrietig zijn?
Je kunt het woord ‘zalig’ vertalen in ‘gelukkig’ of ‘gezegend’. Dan ervaar je in je verdriet Gods aanwezigheid, en gaat je leven zoals door God bedoeld. Maar ook dan nog, houden de zaligsprekingen iets tegendraads.
Jezus zag het gedrag van de Schriftgeleerden, die zich geleerd en verwaand boven de ander voelden. Hij zag allerlei notabelen, die zich ver verheven voelden boven het gewone volk. Uit verschillende evangelieteksten blijkt, dat Jezus een grote hekel heeft aan dat soort verwaande mensen. Tegen die achtergrond sprak hij zijn zaligsprekingen uit.
Gewone eenvoudige mensen, mensen die niet op hun strepen stonden, waren in ogen van Jezus ‘zalige’ mensen. Mensen die hart hadden voor anderen, die konden huilen met het verdriet van anderen en konden lachen met hun vreugde, dat waren voor Hem zalige mensen.
Mensen die beseften, dat ze ook maar kleine kwetsbare mensen waren en zich niet boven anderen verheven voelden, dat waren voor Hem zalige mensen. Mensen die in moeilijke omstandigheden en bij tegenwind toch zichzelf bleven en niet hun innerlijke rust verloren, dat waren voor Hem zalige mensen.
Zalige mensen zijn vaak ook heel gelukkige mensen. Zij zoeken hun levensgeluk niet in de schone schijn van dingen, die men belangrijk vindt. Zij zoeken hun geluk in het volgen van de weg van Jezus. Zij zoeken geluk in een manier van leven, zoals Jezus het hen heeft voorgedaan.
Natuurlijk hebben zij in het leven ook te maken met verdriet en teleurstellingen. Maar door hun innige relatie met God, kunnen zij, ook in moeilijke dagen, een innerlijke rust bewaren, waardoor ze toch zichzelf blijven, niet opstandig worden of verbitterd. Zij hebben geleerd om in de innerlijke rust en vrede van Jezus te blijven, zij hebben geleerd om in de nabijheid van Jezus te zijn.
Het lijkt in onze tijd steeds moeilijker te worden om echt jezelf te blijven, en toch zijn er ook nu volop van die zalige mensen, die, meestal onopvallend, heel fijne en meelevende mensen zijn, die juist in hun eenvoud, iets uitstralen waar je van binnen warm van wordt.
De vraag, die het evangelie van vandaag ons stelt, is: “willen ook wij zalige mensen zijn in de gewone kleine dingen van het leven?”
We willen allemaal graag gelukkige mensen zijn, maar durven we ook die weg van eenvoud, zachtmoedigheid en oprechtheid te gaan, die Jezus ons gewezen heeft? Het is wel de enige weg naar een vreedzame en gelukkige samenleving. Amen.