Overweging op 29/30-03-2019, 4e zondag Veertigdagentijd, jaar C, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 29/30-03-2019, 4e zondag Veertigdagentijd, jaar C, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Openingswoord

Beste medegelovigen. Vandaag, vieren we de 4e zondag van de veertigdagentijd. De vastentijd is al meer dan halfweg en daarom kreeg deze zondag de naam  “laetare” , wat “verheugt u” betekent.

We mogen verheugd zijn omdat God, ondanks de fouten die wij mensen maken, ondanks dat velen zich van Hem afkeren, ons steeds laat voelen dat Hij ons niet in de steek laat. God heeft ons, door Jezus Christus met zich verzoend. God heeft uit liefde voor ons, zijn eigen Zoon gezonden  als Licht voor de wereld. Dankzij deze Liefde kunnen we, in ons aardse leven, toeleven naar het eeuwige Leven bij God. Met Pasen vieren we, dat we, als we ons blijven toekeren tot God, we eens bij Hem mogen thuiskomen. De Vader zal met open armen ons opwachten en ons als een kind in de armen sluiten. 

Omdat we vaak vergeten dat onze hemelse Vader onvoorwaardelijk van ons houdt, en we zijn Liefde te weinig beantwoorden, willen we dit erkennen en belijden door samen de schuldbelijdenis te bidden.

Overweging

Lieve medegelovigen. In dit weekend, zondag Laetare, vieren we dat de vastentijd halfweg is en dat het Paasfeest in aantocht is. Het paasfeest, een feest waarop wij ons verheugen, en waarop we ons voorbereiden.

In de brief van de apostel Paulus, lezen we over hoe God zich, door Christus, met de wereld heeft verzoend, en waarin wij aangespoord worden om ons met God te verzoenen.

In het evangelie horen we over de verzoening van een vader met zijn zoon. De zoon die zich van zijn vader afgekeerd had, is weer terug, is tot inkeer gekomen. De dood gewaande zoon, is nu weer onder de levenden. Reden genoeg voor de vader om een feestmaal aan te richten. Verzoenen, maar vooral vergeving krijgen, maakt de mens blij, hij kan weer verder met zijn leven, heeft weer toekomst. Een reden om feest te vieren.

Ouders kunnen heel wat met hun kinderen te stellen krijgen. Soms zijn ze nog heel jong als ze hun eigen wil al door willen drijven. Het valt dan niet mee om dit in goede banen te leiden. En misschien denken we: dat is een gevolg van de tijd waarin we leven, want vroeger kwam dat niet voor. Maar als we dat denken, vergissen we ons grondig. De parabel die Jezus ons vandaag vertelt, heeft te maken met een levenssituatie van meer dan 2000 jaar geleden.

De jongste zoon kiest ervoor om zijn eigen weg te gaan. Hij heeft daarvoor nodig het geld waar hij eigenlijk pas recht op heeft na de dood van zijn vader. Eigenlijk zegt hij: “Vader ik kan niet wachten tot je dood bent”. De zoon vertrekt, keert zich af van zijn thuis, zijn opvoeding. De waarden en normen, alles wat thuis als heilig en belangrijk werd beschouwd keerde hij met minachting de rug toe.  Wat een verdriet voor het thuisfront, met name voor de vader.

Maar wat bezielt de vader. Hij geeft de zoon zijn erfdeel, laat zich als het ware door hem vernederen. Wat is dat toch dat hij de zoon zo liet gaan. Wat zouden wij, u en ik hebben gedaan? De vader blijft met zijn andere zoon achter en beiden werken hard op het bedrijf.

Intussen heeft de jongste zoon,  maling aan alles wat hij geleerd heeft en doet hij alles wat tegen de normen en waarden van zijn vader ingaat. Zijn vader heeft daar ongetwijfeld  veel verdriet van. Zelfs daar denkt de zoon niet aan. Op een of andere manier voelt hij zich vrij. Hij voelt zich geliefd bij anderen en betaalt veel voor deze vriendschap, door met hen al zijn geld te verkwisten.

En dan, na veel egoïstische uitspattingen, is het geld op. Weg zijn de vrienden, weg is het geliefd zijn. Hij is voor niemand, iemand meer. Hij staat op een dood punt. Helemaal op zich zelf terug geworpen. Hij ontdekt dat zijn vrienden, vrienden waren om zijn geld, niet om wie hij is. En hij weet eigenlijk ook niet meer wie hij zelf is, wat hij met zijn leven aan moet. Hij heeft alleen zichzelf nog, heeft tijd om na te denken, heeft niets meer wat hem afleid. In deze eenzame, verlaten periode ervaart hij  in zijn innerlijk een honger, een verlangen naar vroeger, naar thuis.

Deze tijd bleek voor de jongste zoon een belangrijke tijd te zijn, waarin hij tot het inzicht kwam dat er maar één weg was te gaan, en dat is terug gaan naar zijn vader. Voor zijn leven was het een heel-makende, heiligmakende tijd geworden.

De veertigdagentijd waarin wij nu leven wordt voor ons christenen ook een heel – makende, heiligmakende tijd genoemd. Een tijd waarin wij extra  denken, of het ons nog lukt te leven volgens de geboden, de waarden en normen die onze hemelse Vader ons, zijn kinderen, heeft gegeven. Nadenken over, hoe het toch komt  dat we steeds onze eigen weg gaan, ons afkeren van God. Hoe komt het toch dat we niet dicht bij de Vader, met Hem in contact blijven om samen te werken aan Zijn Rijk, om te doen wat Hij ons vraagt te doen? Is  dat te moeilijk, en lopen we daarvoor weg  zoals de jongste zoon?

De reactie van de oudste zoon kon ik in eerste instantie begrijpen, tot ik las: Toen antwoordde de vader : “Jongen,  jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou. Met andere woorden, je had me alles kunnen vragen, en ik had het je gegeven, jou bij me te hebben was een groot feest en is het nog.

En ik bedacht me, dat als ik me niet steeds bewust ben van de genade, de rijkdom om als kind van God met Hem te kunnen leven, dan geniet ik er niet van en besef ik niet meer wat een voorrecht dat is. God  zegt tegen ieder van ons.  Ik ben blij met je, elke dag dat je bidt, met me praat en  dat je met mij samenwerkt om er een betere wereld van te maken. Ik zal je alles geven wat je nodig hebt om gelukkig te zijn. En ik had medelijden met de oudste zoon die dat nog niet begrepen had.

Laten we ons hiervan ook bewust  zijn. God wil ons geluk, maar daarvoor is nodig dat we ons naar Hem toe keren. Dat we Zijn wil met ons leven proberen te begrijpen en er gehoor aan geven. Maar hoe ons leven ook loopt, welke keuzes we ook maken, onze hemelse Vader, staat dag en nacht op de uitkijk , en als we de keuze maken om ons naar Hem toe te keren , dan loopt Hij ons tegemoet  om ons in zijn armen te sluiten, en verder met ons door het leven wil gaan. Amen.