Overweging op 08/09-02-2019, 5e zondag d.h.j. C, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Overweging op 08/09-02-2019, 5e zondag d.h.j. C, in de tehuizen, Jannie Ligthart

Openingswoord

Lieve medegelovigen. Welkom in de woord en communieviering in het 5e weekend door het jaar.

We lezen in dit weekend uit Jesaja en Lucas. In beide lezingen horen we dat mensen  worden geroepen om zich in dienst te stellen van God. Degenen die geroepen worden schrikken in eerste instantie terug voor de aan hen gevraagde taak. Ze denken dat ze het niet kunnen en dat ze onwaardig zijn. Maar zij laten zich overreden en geven zich volledig, vertrouwend op Gods woord.

In de eerste lezing uit Jesaja, horen we het  roepingsverhaal van de profeet Jesaja.

In een visioen dat Jesaja heeft, wordt hij geroepen de wereld in te gaan en de mensen over God te vertellen. Jesaja voelt zich onwaardig en twijfelt. Door de hulp van een engel, een serafijn, wordt Jesaja geschikt om Gods woord te spreken, en aanvaard hij zijn roeping.

Ook in het evangelie worden er mensen geroepen. Omdat het volk opdringerig is, stapt Jezus in een vissersboot, en hij vraagt de visser, Petrus, om een stukje van wal te steken. Jezus vraagt aan Petrus om naar het diepe te varen en de netten uit te werpen. Petrus zegt dat zij de hele nacht tevergeefs hebben gevist, maar op Jezus’ vraag doet hij het toch en de vangst is enorm. Petrus en zijn helpers staan verwonderd en beseffen dat zij hier met God van doen hebben.

Overweging

“De hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen”. Dat was Petrus en zijn metgezellen overkomen en zoiets kan je moedeloos maken en dan kun je de neiging hebben ermee op te houden. Dan wordt je humeur er niet beter op.

Moedeloosheid, kan ons allemaal overkomen. Hoe vaak hoor je niet. “We hebben van alles geprobeerd, maar niets hielp. ” Een zieke, die van de ene dokter naar de ander gaat, zonder het gehoopt resultaat. Of je hoort het ouders zeggen, die er alles aan hebben gedaan om hun kind op het rechte pad te houden. Of het is de werkeloze die keer na keer na een sollicitatie toch weer  niet een baan krijgt. Daar kun je moedeloos van  worden.

“De hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien,” zegt Petrus tegen Jezus in het  evangelie en hij voegt de daad bij het woord. Moedeloos en toch opnieuw proberen, omdat een ander het vraagt. Geen vertrouwen meer en toch blijven hopen, omdat je gelooft in het woord van een ander. Niets meer verwachten en toch het niet opgeven, omdat een ander een beroep op je doet.

Iedereen die ondanks alles hoopvol blijft wordt vaak voor gek versleten. Maar wij  christenen kunnen altijd hoopvol blijven. Wij als gelovigen worden keer op keer uitgedaagd, om  ondanks alles, toch door te gaan en een moedeloos makende situatie het hoofd te bieden.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. We zullen het alleen kunnen als we geloven in het woord van Jezus, zoals Petrus en zijn metgezellen. Ze geloofden Jezus en gooiden, ondanks twijfel, nog eens hun netten uit. Ze deden wat Jezus hun zei. Maria zei bij de bruiloft in Kanaän ook tegen de bedienden: “Doe wat Jezus jullie zeggen zal “. Dit resulteerde in het eerste wonder van Jezus. Water veranderde in de beste wijn. De vissers luisterden naar Jezus en er gebeurde een wonderbaarlijke visvangst.

Hierna lezen we : “Ze lieten alles achter om Hem te volgen”.  Eigenlijk is dat, méér nog dan die wonderbare visvangst uit het Evangelie van vandaag, hét wonder! Dit wonder raakt de vissers en zet hen in beweging op de vraag van Jezus ”vissers van mensen te worden” . Omdat de vissers geloofden, kon Jezus wonderen doen. Vorige week lazen we dat dat in zijn geboorte stad niet kon omdat men niet Hem geloofde.

Hoe vaak lezen we in de genezingsverhalen in de evangeliën niet, dat dankzij het geloven, Jezus zonden vergeeft, mensen geneest. Dat geldt ook voor ons geloven.

Kunnen wij nog, net als Petrus voor Jezus knielend onze zwakheid, en kleinheid erkennen.

Ik denk dat het voor ons allemaal goed zou zijn om het geloof van Petrus terug te vinden. En we hoeven geen uitzonderlijke mensen te zijn, waar niets aan mankeert. Want ook Petrus,  was niet immuun voor de zonde. Als we denken aan het lijdensverhaal, weten we dat hij Jezus verloochend heeft.

Maar Petrus durft neer te knielen! Hij wil zijn kleinheid, zijn afhankelijkheid  aan Jezus erkennen. Knielen voor Jezus, en luisteren naar wat Jezus ons zeggen zal, is het ware beeld van een gelovig mens. Een voorbeeld voor ons allemaal. Petrus herkent in Jezus, zijn Heer.. Daarom valt hij voor Jezus op zijn knieën en roept hij uit: “Heer, ga van mij weg want ik ben een zondig mens”. Het is een eerlijk gebed tot  God die ons, zondaars, nooit zal verlaten.

Misschien is het idee, dat ook wij zondige mensen zijn, voor velen moeilijk. Het erkennen en het belijden van onze tekortkomingen, in het sacrament van de Biecht, wordt  helaas door veel mensen anno 2019, niet meer gedaan.

Maar juist  door het  besef van tekortschieten in het beantwoorden van Gods liefde voor ons,  het besef dat we God nodig hebben op onze levensweg naar Hem toe, zou ons ertoe aan moeten zetten om net als Petrus voor Jezus neer te knielen. Dan zal Jezus ook ons zeggen :”Wees niet bevreesd voor wat er in je leven van je gevraagd wordt. Volg Mij, dan zal ik altijd bij je zijn”. En dan zullen ook wij verwonderd kijken hoe wonderbaarlijk ons leven loopt. Amen.