Mooi om te lezen ter voorbereiding van Pinksteren: Uit een preek van Ogerius, abt van Lucedio († 1214)

Mooi om te lezen ter voorbereiding van Pinksteren: Uit een preek van Ogerius, abt van Lucedio († 1214)

Uit een preek van Ogerius, abt van Lucedio († 1214)

“De Vader zal u een andere Helper geven”.

De heilige Geest wordt door Jezus ‘de Helper’ genoemd, dat is: de voorspreker en de trooster. Hij is de voorspreker van al wie geloven. Hij is de verdediger en beschermer van wie op Hem hopen, want zonder Hem is er niets veilig of heilig. Hij beschermt de zijnen, Hij verdedigt ze, Hij is hun voorvechter, Hij zal hun de heerlijkheid voor eeuwig geven. Hij is de trooster van de treurenden, de vader van de wezen, de echtgenoot van de weduwen.

Van welke treurenden is Hij de trooster? Van hen die treuren over een begane fout en om de straf die hun te wachten staat na hun misdrijf. Van hen die treuren, omdat zij door te zondigen zichzelf in de ondergang hebben gestort en de toorn van Christus, de koning der heerlijkheid, hebben opgewekt. Van hen die treuren, omdat zij door hun zonde Hem hebben beledigd die voor hen op het kruishout is gestorven. Van hen die treuren, omdat zij Christus, de hoop van hun leven, de bewerker van hun redding, niet kunnen aanschouwen. Hen allen troost de Geest van Jezus. In dit leven hier troost Hij hen met de verwachting; in het leven van het zalige geluk zal Hij hen troosten met de vervulling.

De heilige Geest is ook de Geest van de waarheid. Daarom verlaat Hij de mens die blijkt iets anders te beminnen dan God alleen. Hij wil zo bemind worden dat niets anders om zichzelf bemind wordt. Hij die volmaakt bemind wil worden, wil alléén bemind worden. Hij duldt in de liefde geen tweede naast zich, Hij die geen gelijke heeft in het belonen van de liefde. En toch wil Hij zo bemind worden dat alle dingen samen met Hem bemind worden, en dat er niets buiten Hem bemind wordt.

Want ieder schepsel komt krachtens de schepping uit Hem voort, en is, als door Hem geschapen, van nature goed. Dus moet wat geschapen is zodanig bemind worden, dat wij er de Schepper in beminnen, niet het geschapene om zichzelf, maar om Hem die het geschapen heeft. Want wie goud, zilver, bezittingen, alle soorten kostbaarheden zo bemint als waren die dingen op zichzelf zijn liefde waard, die kan voorzeker de Vader niet beminnen. Wij moeten de Schepper in al het geschapene beminnen, en door Hem al het geschapene. Zo wordt alles samen met Hem bemind, en toch wordt Hij alleen bemind.

Wie geestelijk een huid vol melaatsheid heeft, is onwaardig Hem in zich te ontvangen. Wie een geestelijk oog met verborgen oogvlekken heeft, is niet in staat Hem te zien.

Het oog van onze geest moet gezuiverd worden: dan pas zijn we waardig de Geest van de waarheid te zien. En met een schraapmes, gelouterd in het vuur, moeten wij grondig elke ziektekorst van ons lichaam wegschuren. Alleen als het met alle zorg is geboetseerd en terdege gepolijst, is het waard een tempel van de heilige Geest te worden. Zo moeten wij leven en zo handelen, als wij tot aanschouwing van zijn heerlijke luister willen komen. Als wij zo handelen, zullen wij Hem met de leerlingen van Jezus leren kennen. Dan zal Hij bij ons blijven in dit leven op aarde en met ons zijn in het eeuwige leven.