Den Briel, Martelaren van Gorcum, 11 juli 2020 – homilie kardinaal Eijk bij de Nationale Bedevaart Brielle

Den Briel, Martelaren van Gorcum, 11 juli 2020 – homilie kardinaal Eijk bij de Nationale Bedevaart Brielle

Het begrip Geuzen is afgeleid van het Franse woord ‘gueux’, hetgeen ‘bedelaars’ betekent. In 1566 ontving Margaretha van Parma, de landvoogdes namens de Spaanse koning Filips II een smeekschrift van de Nederlandse adel. Volgens een tijdgenoot fluisterde een graaf haar in het Frans in het oor: “U moet geen vrees koesteren voor een groep ‘gueux’,” geuzen, oftewel bedelaars. Dit bleek al spoedig een verkeerde inschatting.

Enkele jaren later sloten de Geuzen, inmiddels een groep edellieden aangevuld met avonturiers, zich aan bij de opstand tegen koning Filips waartoe Willem van Oranje de Nederlandse bevolking had opgeroepen. In 1572 behaalden de Geuzen hun eerste grote succes door de verovering van de provincies Zeeland en Holland. De verhoudingen hadden zich inmiddels verhard door de onverzoenlijke opstelling van de Spaanse Koning Filips II en het bijzonder wrede optreden van de Spaanse inquisitie. Deze diende – in tegenstelling tot de Romeinse inquisitie – vooral een politiek doel, namelijk de eenheid van Filips immense rijk te garanderen door ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde godsdienst beleed.

In het kader van der verovering van Holland namen de Geuzen op 26 juni 1972 de stad Gorcum in. Slechts een kleine minderheid van de stad was protestant. De meerderheid was katholiek. Maar, zoals helaas vaak gebeurt, zweeg deze ‘silent majority’ uit vrees voor het geweld van de Geuzen, toen priesters en religieuzen uit de stad en de omgeving gevangen werden genomen.

De gevangenen gingen een twistgesprek aan met calvinistische predikanten over het zuiver christelijk geloof. Dit was volgens deze predikanten alleen in de Bijbel te vinden en niet in de Overlevering en de leer van de katholieke Kerk. Het twistgesprek dreigde voor deze predikanten verkeerd af te lopen, toen één van de priesters hen vroeg van wie zij dan wel niet wisten dat de Bijbel het Woord van God was. Het evidente antwoord hierop, namelijk van de katholieke Kerk, werd niet afgewacht. De discussie werd voortijds beëindigd en de priesters en religieuzen werd afgevoerd naar een turfschuur in Brielle, het overblijfsel van een klooster, dat al in april 1972 gesloten was. Hier zijn zij – negentien in getal – verhoord, gemarteld en al dan niet opzettelijk op klunzige wijze opgehangen, waardoor ze urenlang een trage verstikkingsdood stierven.

Dit, ofschoon de leider van de opstand, Willem van Oranje, de Geuzen verboden had de hand te slaan aan priesters en religieuzen. Op Oudejaarsdag 1564, toen Willem van Oranje zelf nog katholiek was, had hij zijn bekende rede gehouden over de godsdienstvrijheid: vorsten mochten volgens hem niet heersen over het geweten van hun onderdanen en hen niet de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen. Op zich een visie waarin ook wij ons goed kunnen vinden. Desondanks strafte Willem van Oranje de Geuzen niet voor de moord op de martelaren van Gorcum. Zoals ze later trouwens ook niet werden gestraft na de gruwelijke moord op de martelaren van Roermond op 23 juli 1572.

Niet kan worden ontkend dat de weerstand tegen katholieke priesters en religieuzen mede voortkwam uit misbruiken die sinds het einde van de Middeleeuwen in de Katholieke Kerk veelvuldig voortkwamen: het celibaat werd slecht onderhouden, religieuzen waren vaak ontrouw aan de regel en het charisma van hun orde, ambten waren te koop en bisschoppen hielden zich vooral bezig met het wereldlijk bestuur en verwaarloosden hun pastorale opdracht. Ook de martelaren van Gorcum waren niet vrij van deze misbruiken. Maar hiervoor stonden zij in Den Briel niet terecht. Van hen werden twee dingen gevraagd: dat ze de geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie zouden opgeven en tevens hun geloof in de Paus als het zichtbaar Hoofd van de Kerk en de plaatsbekleder van Christus op aarde. Ondanks mishandeling en bedreiging met een vreselijke dood ware zij niet bereid die essentiële geloofspunten te verloochenen.

Paulus vergelijkt ons christenen in de tweede lezing met aarden potten: we zijn als het op onze menselijke kracht aankomt, broos, breekbaar en kwetsbaar. Dit gold ook voor de martelaren van Gorcum. Maar toen het erop aankwam, gaven zij Christus de gelegenheid door de overgrote kracht van zijn genade in hun hart te overwinnen. De Heer staat garant voor deze kracht in hen die bereid zijn desnoods hun leven te geven om te getuigen van de door Hem geopenbaarde waarheid:

“Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter wanneer men u overlevert niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken; op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.”

Wat hier in Den Briel bijna vier-en-halve eeuw geleden gebeurde, is nog steeds actueel. In de Kerk is niet alles goed en bovendien heerst er ook in onze tijd grote verwarring. Maar wat belangrijker is: in onze huidige Westerse individualistische cultuur wordt iedereen geacht zelf zijn eigen overtuigingen te kiezen. Daardoor heerst er een algemeen relativisme dat het bestaan van vaste waarheden ontkent. Wee je gebeente als je het lef hebt tegen dit relativisme in te gaan. Daarom spreekt Paus Benedictus dikwijls van de ‘dictatuur van het relativisme’. Maar desondanks blijft de Kerk de door Christus geopenbaarde waarheid verkondigen.

Als katholiek worden we vaak ter verantwoording geroepen voor onze overtuiging. Dit kan soms best intimiderend zijn. We worden dan geconfronteerd met onze zwakheid en gebrek aan moed. Maar de woorden van Jezus en Paulus gelden niet alleen voor de mensen in de eerste eeuw of de martelaren van Gorcum, maar ook voor ons. Christus laat ons niet alleen. Als wij durven te getuigen, speekt door ons de Heilige Geest, die Hij met Pinksteren aan de Kerk gaf. Bidden we dat Gods Geest ons op voorspraak van de martelaren van Gorcum de moed, de kracht en het inzicht geeft om op vruchtbare wijze in onze tijd Christus te verkondigen. Amen.