De heilige Mis – deel 17 – de tussenzang

De heilige Mis – deel 17 – de tussenzang

Voor jongeren en ouderen

 

De tussenzang – even zingen met je hart tussen twee lezingen in

Na de eerste lezing in de Mis gebeurt er iets bijzonders. De lector gaat zitten, het koor of de cantor staat op, en er klinkt muziek. Soms wordt het gezongen, soms gereciteerd: de tussenzang, meestal een psalm. Het lijkt een korte pauze tussen twee Bijbellezingen, maar het is veel meer dan dat. Dit is het moment waarop we – na te hebben geluisterd – zelf antwoorden op wat we gehoord hebben.

Ons antwoord op Gods Woord

De eerste lezing is Gods stem tot ons: woorden van eeuwen geleden die ook nu betekenis hebben. De tussenzang is onze antwoordstem. Waar de eerste lezing iets vertelt over Gods handelen, geeft de psalm onze reactie: lof, dank, verdriet, hoop, of vertrouwen.

Zo ontstaat er een soort gesprek tussen God en ons. Hij spreekt in de lezing – wij antwoorden in het lied. Dat maakt de tussenzang geen muzikaal intermezzo, maar een moment van gebed. Want zingen in de kerk is bidden met heel je hart, met je stem, je adem, je gevoel.

Psalmen: het gebedenboek van Jezus

De teksten van de tussenzang komen bijna altijd uit het boek der psalmen. Dat is een verzameling van 150 gebeden en liederen die al duizenden jaren oud zijn. Ze zijn geschreven door mensen die hun hele hart bij God uitstortten – in blijdschap én in wanhoop.

Wat veel jongeren niet weten: ook Jezus bad de psalmen. Hij kende ze van binnen en van buiten. Aan het kruis bad Hij bijvoorbeeld Psalm 22: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” En Hij zong psalmen met zijn leerlingen tijdens het Laatste Avondmaal.

Wanneer wij dus de tussenzang zingen, bidden we met dezelfde woorden als Jezus zelf. Dat besef maakt dit moment extra krachtig.

Even laten bezinken

De tussenzang is ook een moment van rust. We laten de woorden van de eerste lezing even bezinken. Door het zingen – of het aandachtig luisteren – zakken ze dieper in ons hart. Muziek heeft namelijk de kracht om wat je hoort beter te laten landen.

Misschien herken je dat wel: een lied kan iets in je losmaken dat gewone woorden niet kunnen. Zo werkt het ook met de psalm. Soms raakt één zin je plotseling. Dat is niet toevallig – het is vaak precies daar dat God jou iets wil zeggen.

Meedoen met je hart

Misschien denk je: “Maar ik zing niet zo goed.” Dat maakt helemaal niet uit. De psalmen zijn geen concert, ze zijn een vorm van gebed. Je hoeft niet mooi te zingen, alleen echt. Zing of bid zachtjes mee, of luister aandachtig en laat de woorden tot je spreken.

Probeer eens te letten op het refrein van de psalm. Dat wordt meestal herhaald en is makkelijk te onthouden. Neem die ene regel in je gedachten mee voor de rest van de Mis – of zelfs de rest van je week.

Een moment tussen hemel en aarde

De tussenzang is dus geen “pauze”, maar een klein stukje hemel midden in de Mis. Daar, tussen luisteren en luisteren, mogen wij zingen. Niet zomaar met onze stem, maar met ons hart.

Want als wij zingen, dan ademen we als het ware met God mee. Hij spreekt – wij antwoorden. En in die melodie, tussen die woorden, gebeurt iets heiligs: we komen een stukje dichter bij Hem.